Dwerggeiten zijn echte kuddedieren. Ze voelen zich gelukkiger met één of meerdere soortgenoot. 
In een kudde heerst er altijd een sociale rangorde. Er is altijd één geit de baas, dat is meestal de
oudste maar dat is niet beslist noodzakelijk. Ook al haal je de baas weg, er wordt opnieuw geknokt 
voor de opvolging. Het heeft dan ook geen enkele zin een bazig dier weg te doen, want ze wordt 
toch meteen weer opgevolgd. De meeste activiteit is in de zomer te verwachten en dan met name ’s
avonds. Dan springen en rennen ze het hele weiland door. In de winter zijn de geitjes meestal veel
rustiger. ‘s Avonds is het veel eerder donker en dan zoeken de geitjes al vroeg het stalletje op.

De schouderhoogte, ook wel schofthoogte genoemd, van een volwassen dwerggeit is 45 tot 55 cm, die
van een bok 50 tot 60 cm. Een dwerggeitje kan rond de 15 jaar oud worden, maar er zijn ook 
uitzonderingen.

Dwerggeiten zijn planteneters en behoren tot de herkauwers. Ze hebben net als de andere 
herkauwers vier magen. Drie voormagen : pens, netmaag en boekmaag. Ten slotte volgt de echte maag,
lebmaag genoemd. Ze eten in relatief korte tijd veel en gaan daarna op hun gemak herkauwen.